1.1 De werkomgeving

Mijn stage vond plaats bij BeleggerUitlegger, een journalistiek en educatief platform dat zich richt op het toegankelijk maken van financiële en economische onderwerpen voor jongeren. De organisatie is gevestigd op Beursplein 5 in Amsterdam, een locatie die van grote symbolische waarde is binnen de financiële wereld.

Binnen BeleggerUitlegger werkte ik samen met een klein en betrokken team. De redactie bestond uit een vaste kern van medewerkers, waaronder mijn stagebegeleider Evelien, eindredacteur Henk en enkele collega’s die zich bezighielden met content, educatieve projecten en samenwerkingen met externe partijen zoals scholen, financiële instellingen en mediabedrijven. Daarnaast werkte BeleggerUitlegger met externe journalisten, experts en partners, waaronder redacteuren en journalisten van IEX, medewerkers van banken zoals ABN AMRO en deskundigen van toezichthoudende instanties zoals de AFM. Deze combinatie van vaste medewerkers en externe professionals zorgde ervoor dat ik vanaf het begin te maken kreeg met uiteenlopende belangen, perspectieven en werkwijzen.

De rol van journalistieke onafhankelijkheid werd binnen BeleggerUitlegger niet vastgelegd in een formeel redactiestatuut, maar kwam in de praktijk tot uiting in de manier waarop er met bronnen, partners en content werd omgegaan. Hoewel BeleggerUitlegger samenwerkt met commerciële partijen en sponsors, werd er voortdurend benadrukt dat de inhoud journalistiek correct, controleerbaar en passend bij de doelgroep moest zijn. In de dagelijkse praktijk betekende dit dat teksten meerdere redactierondes doorliepen, dat bronnen vaak inzage kregen in feitelijke passages en dat er kritisch werd gekeken naar de toon en inhoud van publicaties.

De werkomgeving kenmerkte zich door een informele, maar tegelijkertijd veeleisende sfeer. Er was ruimte om vragen te stellen, fouten te maken en te leren, maar er werd ook verwacht dat ik zelfstandig initiatief nam. Als ik uitstel gedrag toonde merkte mijn collega's dat meteen omdat onze publicatie datums erg op elkaar afgestemt zijn.

Redactionele beslissingen werden soms genomen tijdens geplande overlegmomenten, maar net zo vaak tussendoor, via korte gesprekken, telefoontjes of berichten. Deze manier van werken vroeg om flexibiliteit en alertheid. Ik merkte al snel dat journalistiek werk binnen BeleggerUitlegger niet strikt van negen tot vijf plaatsvindt en dat prioriteiten regelmatig verschuiven door actualiteit, beschikbaarheid van bronnen of externe deadlines.

Vergaderingen en overlegmomenten vonden zowel fysiek op kantoor als digitaal plaats. Ik werkte twee tot drie dagen op kantoor. Er zijn ook weken voorbij gekomen dat ik de hele week thuis werkte zoals toen het zo heftig sneeuwde.

Als stagiair werd ik niet alleen geacht te luisteren, maar ook om mee te denken en werd meerdere keren gevraagt hoe ik het anders zou doen. In het begin vond ik dit spannend en hield ik mij vooral op de achtergrond. Naarmate de stage vorderde, durfde ik vaker inhoudelijk bij te dragen, bijvoorbeeld door suggesties te doen voor nieuwe FAQ-onderwerpen, invalshoeken voor artikelen of mogelijke bronnen voor het “Hoe word ik…”-boek.

Het hybride karakter van mijn stage (deels op kantoor, deels thuis) had invloed op mijn werkproces. Thuiswerken bood rust en focus voor onderzoekswerk en schrijven, terwijl werken op locatie essentieel was voor interviews, opnames, evenementen, het opdoen van redactionele dynamiek (en ook de gezeligheid van op kantoor werken). Ik moest leren om mijn werkzaamheden goed te plannen en af te stemmen met mijn begeleiders, zeker wanneer de communicatie niet altijd eenduidig verliep. Deze werkomgeving confronteerde mij met de realiteit van journalistiek werk: plannen zijn veranderlijk en duidelijke communicatie is cruciaal om verwachtingen op elkaar af te stemmen.

1.2 De taken

1.2 De taken

Mijn takenpakket bij BeleggerUitlegger was breed en ontwikkelde zich gedurende de stage. In het begin lag de nadruk vooral op observeren, ondersteunen en het uitvoeren van kleinere journalistieke taken, zoals het controleren en herschrijven van bestaande teksten en het bijwerken van FAQ’s. Al snel kreeg ik echter meer verantwoordelijkheid en mocht ik zelfstandig aan de slag met eigen producties. Deze groei in zelfstandigheid voelde, ondanks de geleidelijke opbouw, toch enigszins abrupt: ik kreeg een onderwerp en werd verwacht daar zelfstandig mee aan de slag te gaan. Mijn begeleiders stonden echter altijd klaar voor feedback, waardoor deze sprong in het diepe geen stress veroorzaakte

Een belangrijk onderdeel van mijn werkzaamheden bestond uit deskresearch. Voor vrijwel elk artikel of elke FAQ die ik schreef, begon ik met uitgebreid onderzoek naar het onderwerp. Dit hield in dat ik bronnen vergeleek, achtergrondinformatie verzamelde en probeerde te begrijpen waar de kern van een vraag of probleem lag. Omdat BeleggerUitlegger zich richt op jongeren, was het niet voldoende om alleen feitelijk correcte informatie te verzamelen; ik moest deze informatie ook kunnen vertalen naar begrijpelijke taal zonder de inhoud te versimpelen.

Naast deskresearch voerde ik regelmatig interviews met bronnen uit het financiële werkveld. Deze interviews vonden plaats via verschillende kanalen: face-to-face op locatie, telefonisch en via videoverbindingen. Ik sprak onder andere met oud-optiehandelaren, financieel adviseurs, economen, journalisten en medewerkers van toezichthoudende instanties (AFM). Het voorbereiden van deze interviews was een essentieel onderdeel van mijn taak. Ik stelde vooraf vragenlijsten op, verdiepte mij in de achtergrond van de bron en probeerde scherp te formuleren wat ik van het gesprek nodig had voor mijn verhaal. In de praktijk merkte ik dat een goede voorbereiding het verschil maakt tussen een oppervlakkig gesprek en een interview dat daadwerkelijk nieuwe inzichten oplevert.

Het schrijven van artikelen vormde de kern van mijn stage. Ik werkte aan uiteenlopende producties, waaronder FAQ’s, nieuwsbrieven, longreads en bijdragen aan het “Hoe word ik…”-boek. Deze producties doorliepen vaak meerdere versies. Feedback van mijn begeleiders en bronnen leidde regelmatig tot herschrijvingen, aanpassingen in structuur of het toevoegen van extra context. Dit proces leerde mij dat journalistiek schrijven zelden ineen keer af is en dat kwaliteit vaak ontstaat door herziening en aanscherping.

Daarnaast hield ik mij bezig met het begeleiden van jongeren tijdens activiteiten zoals de AEX Experience en het verzamelen van vragen van scholieren.(Rondleiding door Beursplein 5) Deze momenten vormden de belangrijkste verzamelmomenten voor vragen voor de FAQ. Door direct in gesprek te gaan met jongeren merkte ik hoe belangrijk het is om niet vanuit aannames te werken, maar te luisteren naar wat zij daadwerkelijk willen weten.

Mijn takenpakket omvatte ook organisatorische en communicatieve werkzaamheden, zoals het plannen van interviews, het onderhouden van contact met bronnen, het meedenken over de opzet van grotere projecten en het bedankje sturen nadat de samenwerking was voltooid. Ik werd betrokken bij samenwerkingen met externe partijen en kreeg inzicht in hoe journalistieke producties tot stand komen binnen een netwerk van verschillende belangen.

1.3 Ethische dillema's

Tijdens mijn stage kwam ik in aanraking met verschillende journalistiek-ethische dilemma’s die mij dwongen om kritisch na te denken over mijn rol als journalist-in-opleiding.

Een terugkerend dilemma betrof de omgang met bronnen. In meerdere gevallen gaven geïnterviewden na afloop aan dat zij bepaalde passages liever niet gepubliceerd zagen, omdat deze mogelijk hun reputatie konden schaden. Een concreet voorbeeld hiervan was het interview met een oud-optiehandelaar, die aanvankelijk openhartig sprak over zijn werk en ervaringen, maar later besloot dat hij het artikel niet gepubliceerd wilde hebben omdat het hem zou plaatsen als een ‘mafkees’.

Ik vond dit ontzettend vervelend, omdat het een goed stuk was geworden. Volgens hem was het niet duidelijk waarvoor ik hem interviewde; dit klopte echter niet, omdat ik vooraf had uitgelegd waar het interview voor bedoeld was. Nadat hij door zijn collega was aangesproken, trok hij zich terug. Hoe vervelend dit ook was, moest ik dit accepteren, omdat dit bedrijf vele malen groter is dan BeleggerUitlegger en ik de vriendschap niet wilde schaden.

Dit leerde mij hoe belangrijk het is om vooraf duidelijke afspraken te maken over publicatie en om transparant te zijn over het doel van een interview. Duidelijk genoeg zodat een kind het kan begrijpen.

Een ander ethisch dilemma had betrekking op broncorrecties en inhoudelijke controle. Bij verschillende artikelen, met name die vanuit het interview met de AFM gecreëerd waren, kreeg ik uitgebreide feedback waarbij passages moesten worden aangepast of verwijderd. Soms ging het om feitelijke correcties, in andere gevallen om informatie die de bron liever niet publiekelijk deelde, maar ook om suggesties hoe ik mijn tekst kon verbeteren.

Dit riep de vraag op in hoeverre een bron invloed mag uitoefenen op de inhoud van een journalistiek product. In overleg met mijn begeleiders leerde ik onderscheid maken tussen noodzakelijke correcties en ongewenste inhoudelijke sturing, en dat ik ook sterk in mijn schoenen moet staan, want ik schrijf voor onze doelgroep, niet die van de AFM, dus qua stijl hebben zij daar niets over te zeggen.

Ook de betrouwbaarheid van bronnen vormde een ethisch aandachtspunt. In het geval van het onderzoek naar historische symbolen en emblemen op de beursvloer bleek een belangrijke bron onvolledige of onzekere informatie te verstrekken. Ik probeerde dit zelf op te lossen door aanvullend onderzoek te doen, maar ik werd er door Evelien op gewezen dat dit niet altijd de juiste aanpak is wanneer een bron als autoriteit wordt gepresenteerd. Deze situatie maakte mij bewust van het belang van bronverificatie.

Tot slot ervaarde ik ethische spanningen op het gebied van professionele grenzen en communicatie. Wanneer mag je als stagiaire zeggen dat je iets niet doet? De spanning kwam te spelen rondom planning, flexibiliteit en verwachtingen buiten stage. Evelien is een zeer enthousiaste begeleider, waardoor soms niet werd stilgestaan bij de situaties waarin ik mezelf moest manoeuvreren om ergens bij te kunnen zijn, zoals toen ze verwachtte dat ik om 19:00 nog even naar Enschede zou komen voor een pubquiz, terwijl er geen treinen terug zouden reizen naar mijn stad. Dit vond ik lastig, omdat ik eerder had aangegeven dat ik ergens niet bij wilde zijn in verband met de afstand (meer dan twee uur reizen) en omdat het geen directe connectie had met mijn stage. Ik had dit aanvankelijk opgekropt, maar uiteindelijk heeft mijn coach mij aangemoedigd om het toch bespreekbaar te maken, omdat het anders alleen maar groter zou worden. Door dit gesprek heb ik geleerd mijn grenzen aan te geven, waardoor onze professionele relatie juist is verbeterd.