inleiding

In het begin van de verwonderingsopdracht ben ik door meerdere ideeën heen gegaan. Ik vond het lastig om een onderwerp te kiezen en kon lange tijd op niets komen waar ik echt geïnteresseerd in was. Ik ben van beleggen onder de 18 naar de gevaren van finfluencers tot vrouwen en finance gegaan. Het laatste onderwerp sprak me het meeste aan, maar door tijdsnood en moeite met het vinden van bronnen heb ik dit laten vallen. Uiteindelijk ben ik op het onderzoek van nu uitgekomen, dat veel dichterbij was dan gedacht.

Tijdens mijn stage bij BU ben ik veel in gesprek geweest over beleggen en omgaan met geld. Deze gesprekken ontstonden niet alleen vanuit de artikelen die ik schreef, maar ook uit persoonlijke interesse en gewoon kletsen op de werkvloer. Deze gesprekken voerde ik onder andere met mijn stagebegeleider Evelien en met medestagiair Tijn.

We hebben het regelmatig gehad over hoe Tijn en ik op deze plek zijn gekomen terwijl we weinig kennis hebben over economie. Het vak economie op de middelbare school en hoe saai we dat vonden, kwam regelmatig naar voren. Zowel Tijn als ik merkten dat wij vanuit dit vak nauwelijks praktische kennis hadden opgedaan over beleggen of over hoe je verantwoord met geld omgaat. Sterker nog, wij konden ons nauwelijks herinneren dat deze onderwerpen überhaupt uitgebreid aan bod waren gekomen.

Ik vertelde dat het moment dat ik achttien werd en financieel zelfstandig werd, voelde als een duw in het diepe: een moment van ‘zoek het maar uit en succes ermee’. Beiden ervaarden wij dat we tijdens deze stage meer hebben geleerd over geld en beleggen dan in meerdere jaren economieonderwijs.

Als ik nu terugdenk, is dit het moment waarop het verwonderingsidee begon te ontstaan, al realiseerde ik me nog niet wat ik in handen had.

Mijn taak de afgelopen weken was het bijhouden van de FAQ op de website. Ik heb de vragen verzameld van zowel leerlingen als docenten. Wat hierbij opviel, was dat veel van deze vragen heel basisgericht waren. Veelgestelde vragen waren onder andere: Wat is beleggen? Hoe begin je met beleggen? en Heb je veel geld nodig om te kunnen beleggen? Het feit dat deze vragen niet alleen door leerlingen, maar ook door docenten werden gesteld, gaf een duidelijk beeld van het kennisniveau rondom dit onderwerp.

Deze observatie werd versterkt tijdens een rondleiding op het Beursplein, waarbij economiedocenten en economiedocenten in opleiding aanwezig waren. Tijdens gesprekken bleek dat ook zij vaak geen antwoord hadden op vragen over beleggen. Sommige docenten wisten zelfs niet welke aandelen er op de beurs worden verhandeld.

Ik realiseerde me toen echt hoe beperkt de aandacht voor financiële en beleggingskennis momenteel is binnen het voortgezet onderwijs en hoe groot de noodzaak is om deze kennis structureel en toegankelijk aan te bieden.

Onderzoeksvraag

In hoeverre bereidt het huidige economieonderwijs jongeren voldoende voor op praktische financiële keuzes, en welke rol kan BeleggerUitlegger spelen in het vergroten van deze kennis?

Methode

Voor dit onderzoek heb ik gebruikgemaakt van observaties tijdens mijn stage, gesprekken met collega’s en docenten, analyse van het huidige economiecurriculum en literatuuronderzoek naar financiële educatie onder jongeren. Daarnaast heb ik FAQ-vragen van leerlingen en docenten geanalyseerd om inzicht te krijgen in de kennisvragen die leven binnen de doelgroep.

Inhoud van de economiecurriculum

Ik ben begonnen met te onderzoeken wat de economielessen op de middelbare scholen van tegenwoordig inhouden. Volgens Examenoverzicht.nl houdt Economie vmbo 2026 zich bezig met de productie, consumptie en verspreiding van geld. Dit houdt in dat de leerlingen worden klaargestoomd met informatie voor het examen over:

1. Consumptie

Bij consumptie leer je hoe mensen goederen en diensten gebruiken om hun behoeften te vervullen en hoe begrippen als welvaart, koopkracht en soorten goederen daarbij horen. Ook gaat dit onderdeel over vraag en aanbod, factoren die consumentengedrag beïnvloeden (zoals budget, trends en reclame) en de rol van geld als ruil-, reken- en spaarmiddel. Daarnaast moet je begrijpen hoe inkomen ontstaat, wat sparen, lenen en rente betekenen en hoe je een eenvoudig budgetplan opstelt.

2. Arbeid en productie

Dit onderdeel behandelt hoe producten worden gemaakt, welke kosten daarbij horen en hoe verkoopprijzen en winst worden berekend. Je leert ook hoe arbeid de productie beïnvloedt, wat arbeidsproductiviteit is en hoe scholing, techniek en arbeidsomstandigheden daarop van invloed zijn. Verder wordt uitgelegd hoe de arbeidsmarkt werkt, waardoor werkloosheid ontstaat en welke maatregelen de overheid kan nemen om werkloosheid te beperken.

3. Overheid en bestuur

Hier leer je welke rol de overheid speelt in de economie, hoe zij regels opstelt voor consumenten en producenten en hoe zij haar taken financiert via belastingen en accijnzen. Ook moet je begrijpen hoe het Nederlandse belastingstelsel werkt en wat sociale zekerheid inhoudt, inclusief het verschil tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen en waarom deze bestaan.

4. Internationale ontwikkelingen

Dit onderdeel gaat over internationale handel en het belang daarvan voor Nederland als open economie. Je moet weten wat import en export zijn, hoe wisselkoersen invloed hebben op bestedingen en werkgelegenheid en wat protectionisme betekent. Daarnaast komt de Europese interne markt aan bod met het vrije verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, en leer je kenmerken en problemen van ontwikkelingslanden en vormen van ontwikkelingshulp.

5. Rekenen

Bij het rekenonderdeel moet je economische berekeningen kunnen uitvoeren, zoals het berekenen van omzet, afzet, winst, verkoopprijzen en rente. Ook moet je kunnen rekenen met tijdsperiodes en eenvoudige berekeningen uitvoeren rondom afschrijvingen en financiële situaties die in economische vraagstukken voorkomen.

Er wordt een basis van financiële vaardigheden genoemd, maar er is geen uitleg over het echt begrijpen van je eigen geld in de toekomst.

Financiele kennis onder jongeren

Na mijn observaties tijdens de stage ben ik verder gaan kijken naar hoeveel aandacht er daadwerkelijk wordt besteed aan geld en beleggen onder jongeren. Wat mij hierbij opviel, is dat er vooral veel onderzoek bestaat naar wat jongeren missen aan financiële kennis en waarom dit problematisch is, en veel minder naar concrete oplossingen. Dit sloot aan bij het beeld dat ik zelf al had gekregen tijdens gesprekken met leerlingen en docenten.

Beperkte financiële educatie in het onderwijs

Jongeren krijgen al op jonge leeftijd te maken met geld, digitale betaalmiddelen en financiële producten, terwijl zij vaak niet goed weten hoe zij hiermee om moeten gaan. Dit beeld wordt bevestigd door het EU/OESO-kader voor financiële competenties (2024), waarin wordt benadrukt dat financiële gewoonten zich vroeg vormen en later moeilijk te veranderen zijn. Toch krijgt financiële educatie binnen het onderwijs nog steeds alleen een beperkt hoekje in het boek.

Hoewel economie op veel scholen een verplicht vak is, is het vooral gericht op theoretische kennis. Praktische vaardigheden, zoals budgetteren, sparen, omgaan met schulden, belastingen en beleggen, komen vaak nauwelijks aan bod. Hierdoor verlaten veel jongeren het onderwijs zonder voldoende kennis om verantwoord met geld om te gaan.

Daarnaast spelen maatschappelijke ontwikkelingen een steeds grotere rol. In gesprekken met leerlingen en tijdens het analyseren van vragen viel mij op dat jongeren steeds eerder worden geconfronteerd met complexe financiële keuzes, zoals buy-now-pay-later-constructies, online leningen en digitale investeringsplatforms. Uit recente cijfers blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse jongeren tussen de 16 en 27 jaar te maken heeft met schulden.

Financiële ongelijkheid en vermogensopbouw

Bij het verdiepen in dit onderwerp stuitte ik op het rapport IBO Vermogensverdeling van het ministerie van Financiën. Dit rapport laat zien dat vermogen in Nederland sterk ongelijk verdeeld is. Zo bezit de rijkste 1% ongeveer 26% van het totale vermogen, terwijl een kwart van de huishoudens een negatief vermogen heeft. Daarnaast blijkt dat eigenwoningbezitters gemiddeld veertien keer meer vermogen hebben dan huurders.

Het draait niet alleen om geld, maar ook om zekerheid. Vermogen fungeert als buffer tegen financiële tegenslagen en biedt kansen op de lange termijn. Deze ongelijkheid wordt deels versterkt door verschillen in kennis en startpositie. Jongeren die weinig financiële kennis meekrijgen, hebben minder mogelijkheden om vermogen op te bouwen en lopen meer risico op schulden. Financiële educatie kan daarom een belangrijke rol spelen in het verkleinen van kansenongelijkheid.

Door jongeren al vroeg te leren over sparen, investeren en financiële planning, kunnen zij bewustere keuzes maken en hun financiële positie op de lange termijn verbeteren.

De rol van BeleggerUitlegger

Tijdens mijn stage heb ik gezien hoe BeleggerUitlegger inspeelt op deze maatschappelijke behoefte door jongeren op een toegankelijke manier kennis te laten maken met beleggen en financiële geletterdheid. De organisatie richt zich primair op jongeren onder de 18 jaar en biedt daarnaast ondersteuning aan economiedocenten in het voortgezet onderwijs. Met gratis, onafhankelijke en begrijpelijke informatie verlaagt BeleggerUitlegger de drempel om financiële onderwerpen bespreekbaar te maken.

Via initiatieven zoals het BeleggerABC, educatief lesmateriaal en projecten als ScholenStrijd (Een fictieve beleggingswedstrijd waarmee scholieren beleggen met fictief geld en echte aandelen en beurskoersen van dat moment) worden jongeren actief betrokken bij financiële thema’s. Door samen te werken met onderwijsinstellingen zoals de Hogeschool van Amsterdam en experts op het gebied van financiële geletterdheid, wordt de inhoud bovendien onderbouwd en actueel gehouden. BeleggerUitlegger maakt zichzelf een brug tussen het onderwijs en de financiële praktijk.

Conclusie

Financiële educatie speelt een cruciale rol in het voorbereiden van jongeren op hun financiële toekomst. Onderzoek laat zien dat gebrek aan financiële kennis bijdraagt aan schulden, ongelijkheid en beperkte kansen op vermogensopbouw. Door financiële educatie eerder en op een toegankelijkere manier aan te bieden binnen het onderwijs, kunnen jongeren betere financiële keuzes maken.

Maak jouw eigen website met JouwWeb